bergen en dalen
Dat niet alles over een leien dakje zou lopen, had ik verwacht voor ik aan deze uitdaging begon. En dat zou ik ook niet hebben gewild. Toch is het moeilijk om te leren leven met dingen die niet lopen zoals ik het had gewild, zoals ik het had verwacht, zoals ik het had gedroomd.
Vorige week zaterdag regende het (jep, hier ook). Het heeft vijf dagen aan een stuk geregend. Vijf dagen regen betekent vijf dagen bijna niet buitenkomen, betekent opstaan - eten - [] - eten - [] - eten - []- slapen. Niets gepland, niets te doen, niets om handen. Hoe minder ik om handen heb, hoe meer mijn hoofd werkt. Ik heb vijf dagen lang veel nagedacht, veel geschreven in mijn dagboek. We hebben hier al een geweldige tijd achter de rug, leerden veel mensen kennen, hebben vele feestjes gehad... Maar ik wil zo graag aan het "echte werk" beginnen. Ons project OMODARA is nog in een opstartfase en zal te klein zijn om met vier Belgen in te werken. Het zou niet de onderdompeling betekenen die ik hier wilde meemaken...
En zo zijn we aan een nieuwe uitdaging begonnen: de zoektocht naar een oplossing voor deze situatie, misschien naar een nieuw project.
Het is moeilijk om te discussiëren in een taal die je amper beheerst, om met rede tegenover het gevoel te staan, om mensen te ontgoochelen en amper kunnen uitleggn waarom je ze moet ontgoochelen.
Maar ik ben naar hier gekomen om mezelf te vormen, niet door te studeren of door mijn neus in de boeken te steken, wel door mezelf midden in de realiteit te plaatsen, een realiteit ver van huis. Mijn beleving, verwachting, idealisme, ambities zijn net met die werkelijkheid aan het botsen, en hierdoor werk ik aan een ander project: mezelf als persoon. {cfr. vake, dankjewel.}
Ik heb veel geweend deze dagen, ben met mijn kop tegen de muur gebotst. Maar... ik ben aan het leren... dat voel ik.
Ondertussen schijnt de zon, heb ik energie gevonden, nemen we het heft in handen en vallen er soms zelfs geschenken uit de hemel. Soms kan het ook allemaal heel mooi zijn.
Zoals op de bus zitten en naar buiten staren, naar de zon en de zee, naar de eeuwigheid, en naar het strand en een kind, een kind dat aan het vliegeren is. Een vlieger van een plastieken zak, linten uit krantenpapier en het touw gewikkeld rond een conservenblik.
Soms kan het leven mooi zijn, en soms moet je leren relativeren.
