Lies in de jungle
Na drie maanden drukte em chaos in de wervelende wereldstad Salvador, groeide het verlangen naar rust em even weg zijn van alle bekommernissen van het project. Op 9 januari vertrokken we dan naar Manaus – manman wat hebben we daar naar uitgekeken.
Manaus op zich is een beetje een gekke stad, gelegen aan de Rio Negro die samen met de Rio Solimões de Amazone wordt. Ooit kende deze stad de glorie van een bloeiende rubberindustrie, nu is het de uitvalbasis voor toeristen die zich wagen aan een trip in de jungle [ik dus] Manaus heeft ook nog mooie dingen te bieden: een grote opera, mooie kerken en een bruisende mercado met alle producten uit het woud en de rivier.
Op 11 januari was het dan echt zo ver: onze zevendaagse in de floresta! Heel vroeg opgestaan, 3 uur rijden met de bus in de noordoostelijke richting van Manaus en een uurtje varen op de Urumbu naar het basiskamp. Dit alles in de gietende regen, ahja want het is regenseizoen!
Het basiskamp was nog mooier dan we ons konden voorstellen! Enkele slaaphutten, een eethut en een keuken met de bijhorende “cuzinheura”, die elke leer opnieuw heerlijke rijst, paste, vis en kip wist te bereiden.
De eerste dag gingen we met de kano varen op zoek naar vogels, vissen… Te midden van het grootste natuurwonder ter wereld varen, af en toe de motor stilleggen om naar de ademhaling van een dolfijn te luisteren, of naar het gekwetter van een koppel papegaaien. En dan piranhas vissen en terug in het basiskamp bakken op het houtvuur…
Diezelfde avond trokken we naar de igarapes op zoek naar krokodillen. Volledige duisternis waarin af en toe twee rode of gele oogjes verschenen, de krokodillen dus. We zijn er zelfs in geslaagd een babykrokodil te vangen en uitgebreid te bestuderen. Veel te mooi diertje om als sjakos te eindigen.
We konden dan ook genieten van de ongelooflijke, onvoorstelbare, oneindige sterrenhemel. Meer sterren dan ik ooit in mijn hele leven al heb gezien, zoveel vallende sterren, de melkweg…
En dit was nog maar de eerste dag!
Elke dag voeren we de rivier verder op. We verlieten de veilige thuishaven van het basiskamo en hadden een voorraad rijst, kip, groenten mee in de kano. Vanaf nu waren we aangewezen op elkaar en onze gidsen Alsi en Ramoni. Nog meer piranhas vissen, visnetten uitgooiten, wandelen door het woud om alle bomen en planten te leren kennen, de isobetadineboom, de vicksboom, malariaboom, parfumboom... Behoorlijk indrukwekkend om op enkele uren tijd de halve farmaceutische en estetische industrie tegen te komen.
Ik had de pech om migraine te krijgen.. of was het een geluk? De gids heeft de hele dag theetjes gemaakt om mijn hoofdpijn te verzachten, mijn maag te kalmeren... Wel, een nachtje goed slapen heeft me ook deugd gedaan.
De 2 meest betoverende nachten waren die aan de waterval en aan het strand. Een tocht door de regen, palmtakken kappen om ons kamp te bouwen, hout sprokkelen voor het vuur, hout zoeken om bestek uit te snijden, bladeren omvouwen tot eetkommen, hangmatten uithangen en een heerlijk indommelen met het geluid van de waterval op de achtergrond (al een geluk dat de waterval alle andere geluidjes overstemde!). We maakten nog een tocht door het woud om aapjes te spotten: zwierend van tak tot tak, boom naar boom, speels en vrolijk. We zagen zelfs een mama-aap met baby op haar rug! (oooooh)
De voorlaatste avond sliepen we op het ‘strand’ van de Urumbu-rivier. Hangmat aan twee palen hangen en in slaap vallen onder een fonkelende sterrenhemel.
Ik zou kunnen blijven vertellen over de prachtige natuur, over de live sauna-geluidjes, over de sympathieke gidsen, over het gevoel dat het nog maar 2 seconden zal duren en de poppetjes beginnen te dansen en de 'African Beat' gaat spelen… Maar neen, dit is geen fata morgana, dit is geen pretpark, dit is ècht!
Een trip door het regenwoud is leven op zonne-energie. Opstaan met de zon en slapen met de zon, is eenheid met de natuur, back to basics, is veel te mooi voor woorden en altijd veel te kort…
